Waarom hoogbegaafde kinderen vastlopen

 

Hoogbegaafde kinderen lopen niet vast omdat zij te weinig kunnen. Zij lopen juist vast omdat wat zij kunnen, voelen, zien en begrijpen onvoldoende wordt afgestemd op wat de omgeving van hen vraagt of verwacht.

Aan de buitenkant lijkt vastlopen soms plotseling te ontstaan. Een kind wil niet meer naar school, raakt snel boos, trekt zich terug, presteert minder, wordt angstig, perfectionistisch of opstandig. Voor de omgeving kan dat onverwacht lijken. Maar meestal is er al langere tijd iets aan het verschuiven.

Hoogbegaafde kinderen nemen  veel waar. Zij denken snel, leggen verbanden, voelen spanning aan, merken onrecht op en geven intens betekenis aan wat zij meemaken. Wanneer die manier van waarnemen en betekenis geven niet wordt herkend, gaat een kind zich onbegrepen of alleen voelen.

Een kind kan bijvoorbeeld merken dat de lesstof te eenvoudig is, maar tegelijk horen dat het beter zijn best moet doen. Het kan vragen stellen omdat het iets werkelijk wil begrijpen, maar ervaren dat die vragen lastig worden gevonden. Het kan gevoelig reageren op onrecht of onduidelijkheid, maar te horen krijgen dat het zich niet zo moet aanstellen.

Dan ontstaat misafstemming. Niet omdat de omgeving niets wil betekenen, maar omdat zij het ontwikkelingsproces van het kind niet goed leest. Wat voor de omgeving gedrag lijkt, kan voor het kind een reactie zijn op verveling, verwarring, overbelasting, onveiligheid, gebrek aan autonomie of het gevoel niet werkelijk gezien te worden.

Vastlopen ontstaat wanneer misafstemming te lang duurt. Een hoogbegaafd kind kan zich een tijd aanpassen. Het kan doen alsof het werk passend is, zich stiller maken, harder werken, clownesk gedrag laten zien, discussiëren, pleasen of juist afhaken. Die aanpassingen kunnen tijdelijk helpen, maar kosten veel energie.

Wanneer herstel ontbreekt, stapelt belasting zich op. Het kind moet dan steeds opnieuw omgaan met te weinig uitdaging, te veel onaangename prikkels, sociale spanning, onduidelijke verwachtingen en het gevoel anders te zijn. Langzaam wordt het systeem minder flexibel. Wat eerst nog lukte, wordt steeds moeilijker.

Sommige kinderen gaan onderpresteren. Niet omdat zij niet willen leren, maar omdat leren zijn betekenis heeft verloren en omdat ze het steeds maar niet goed kunnen doen in een werele die hen niet begrijpt. Andere kinderen gaan juist overpresteren. Zij proberen juist alles goed te doen, fouten te voorkomen en controle te houden. Ook dat is een teken  dat een kind onder druk staat.

Er zijn ook kinderen die vooral lichamelijke of emotionele signalen laten zien. Zij krijgenbijvoorbeeld  buikpijn, hoofdpijn, slaapproblemen, huilbuien, woede-uitbarstingen of paniek. Vaak wordt dan vooral gekeken naar het gedrag of de klacht, terwijl de vraag zou moeten zijn wat het kind al te lang heeft moeten dragen.

Hoogbegaafde kinderen zijn taalvaardig en verstandig. Daardoor wordt overschat hoeveel zij emotioneel kunnen reguleren. Een hoogbegaafd kind kan ingewikkelde dingen begrijpen maar heeft ook tegelijkertijd juist veel behoefte aan veiligheid, nabijheid, begrenzing en herstel.

Daarom is het belangrijk om vastlopen niet alleen te zien als een probleem van het kind. Vastlopen ontstaat in de wisselwerking tussen kind en omgeving. Het gaat om de vraag of er voldoende afstemming is tussen wat het kind waarneemt, nodig heeft, aankan en krijgt aangeboden.

Een ontwikkelingsgerichte blik vraagt daarom niet alleen: wat is er mis met dit kind? Maar ook: wat probeert dit gedrag duidelijk te maken? Welke belasting is opgelopen? Waar ontbreekt herstel? Waar is te weinig uitdaging, veiligheid, erkenning of betekenis? En welke aanpassing is nodig om ontwikkeling weer mogelijk te maken?

Wanneer hoogbegaafde kinderen vastlopen, is dat geen bewijs dat hoogbegaafdheid een probleem is. Het laat zien dat hun ontwikkeling zorgvuldige afstemming nodig heeft. Niet meer druk, niet alleen meer prestaties, maar beter begrijpen wat er onder het gedrag gebeurt.

Vastlopen is ernstig, maar het is niet altijd definitief. Wanneer de omgeving anders gaat kijken, wanneer belasting wordt verminderd, herstel mogelijk wordt en het kind opnieuw passende uitdaging, veiligheid en erkenning krijgt, komt ontwikkeling weer op gang.

Hoogbegaafde kinderen hebben niet alleen ruimte nodig om te denken. Zij hebben ook ruimte nodig om te voelen, te herstellen, betekenis te geven en zichzelf te blijven in een omgeving die hen werkelijk probeert te begrijpen.