Waarom prestaties niet alles zeggen

Prestaties laten zien wat zichtbaar is gelukt. Zij laten niet zien hoeveel inspanning, aanpassing, controle en herstel daarvoor nodig waren.

Dat onderscheid is bij hoogbegaafde mensen essentieel. Zij kunnen lang goed presteren in omstandigheden die onvoldoende bij hen passen. Zij begrijpen snel wat er wordt gevraagd, vinden zelf oplossingen, compenseren onduidelijkheid en gebruiken hun mogelijkheden om het functioneren overeind te houden. Daardoor lijkt het aan de buitenkant vaak goed te gaan, terwijl de ruimte vanbinnen steeds kleiner wordt.

Goede cijfers, een succesvolle loopbaan, grote verantwoordelijkheid of een rustige buitenkant bewijzen niet dat iemand zich goed ontwikkelt. Zij bewijzen alleen dat het zichtbare resultaat nog wordt geleverd.

Prestaties zijn daarom geen betrouwbare maat voor welzijn, belasting of ontwikkelingsruimte. De wezenlijke vraag is niet alleen wat iemand tot stand brengt, maar wat het kost om dat te blijven doen.

Een prestatie is geen rechtstreekse afspiegeling van vermogen

Een prestatie ontstaat nooit alleen uit aanleg of intelligentie. Zij is het resultaat van een wisselwerking tussen mogelijkheden, motivatie, omstandigheden, verwachtingen, belasting, veiligheid en herstel.

Een hoogbegaafd kind kan een laag cijfer halen omdat het de leerstof niet begrijpt. Maar hetzelfde cijfer kan ook ontstaan door verveling, verlies van motivatie, faalangst, perfectionisme, langdurige misafstemming of de overtuiging dat inspanning toch niets verandert.

Een hoog cijfer kan laten zien dat een kind de leerstof beheerst. Het kan ook het resultaat zijn van overmatige controle, angst om fouten te maken of de behoefte om via prestaties erkenning en veiligheid te behouden.

Bij volwassenen geldt hetzelfde. Een uitstekende beoordeling op het werk kan wijzen op talent, betrokkenheid en vakmanschap. Zij kan ook zijn bereikt door structureel overwerken, voortdurend vooruitdenken, fouten van anderen opvangen en lichamelijke grenzen negeren.

Het zichtbare resultaat vertelt dus niet vanzelf welk ontwikkelingsproces eraan voorafging.

Daarom mogen prestaties nooit los van hun context worden geïnterpreteerd.

Wat lukt, kan tegelijk te veel kosten

Hoogbegaafde mensen kunnen vaak functioneren boven het niveau dat duurzaam is. Zij beschikken over cognitieve mogelijkheden, creativiteit en probleemoplossend vermogen waarmee zij tekorten in de omgeving langdurig kunnen compenseren.

Wanneer instructies onduidelijk zijn, wordt zelf structuur aangebracht. Wanneer een organisatie slecht functioneert, worden problemen vooraf opgelost. Wanneer samenwerking stroef verloopt, worden verschillende perspectieven vertaald. Wanneer de sfeer gespannen is, wordt nauwkeurig gevolgd wat wel en niet gezegd kan worden.

Het werk wordt gedaan. De situatie blijft beheersbaar. De buitenwereld ziet competentie.

Wat niet wordt gezien, is de voortdurende innerlijke arbeid die nodig is om dat resultaat mogelijk te maken.

Een taak die objectief niet moeilijk is, kan toch uitputten wanneer er voortdurend moet worden afgeremd, vertaald, afgestemd of gecorrigeerd. Een relatie kan aan de buitenkant stabiel lijken terwijl één persoon vrijwel alle emotionele en praktische verantwoordelijkheid draagt. Een kind kan op school alles goed doen en thuis geen enkele ruimte meer hebben om zich te beheersen.

Dat iets lukt, betekent dus niet dat het weinig kost. Het betekent ook niet dat het op deze manier moet blijven worden gevraagd.

Hoge prestaties kunnen misafstemming verbergen

Een omgeving reageert meestal pas wanneer prestaties dalen. Zolang een kind goede cijfers haalt, een werknemer resultaten levert of een volwassene alle verantwoordelijkheden blijft dragen, lijkt er weinig reden voor zorg.

Daardoor wordt misafstemming vaak pas zichtbaar wanneer het systeem niet langer kan compenseren.

Maar de achteruitgang begint veel eerder.

Eerst kost hetzelfde resultaat meer energie. Daarna is meer voorbereiding en controle nodig. Fouten voelen bedreigender. Herstel duurt langer. Sociale contacten worden beperkt. Spontaniteit verdwijnt. Alleen noodzakelijke taken blijven over.

De prestatie kan nog lange tijd op niveau blijven terwijl de flexibiliteit eromheen afneemt.

Iemand werkt nog, maar kan na afloop niets meer. Een kind haalt nog goede cijfers, maar slaapt slecht, wil niet meer naar school of ontlaadt thuis. Een volwassene blijft voor anderen zorgen, maar voelt nauwelijks nog wat zelf nodig is.

Wie alleen naar de uitkomst kijkt, ziet deze ontwikkeling niet.

Hoge prestaties kunnen daarom juist verhinderen dat belasting tijdig wordt herkend.

Goed functioneren kan een vorm van compensatie zijn

Functioneren wordt vaak gezien als het tegenovergestelde van vastlopen. In werkelijkheid kan goed functioneren een manier zijn waarop vastlopen lange tijd verborgen blijft.

Hoogbegaafde mensen kunnen hun mogelijkheden inzetten om spanning, onduidelijkheid en misafstemming op te vangen. Zij plannen nauwkeuriger, denken verder vooruit, controleren meer en nemen extra verantwoordelijkheid. Hierdoor blijft het zichtbare leven draaien.

Die compensatie is aanvankelijk effectief. Zij voorkomt fouten, conflicten en uitval. Maar zij vraagt voortdurend capaciteit.

Wanneer steeds meer mogelijkheden nodig zijn om alleen het bestaande functioneren in stand te houden, blijft steeds minder ruimte over voor ontwikkeling. Nieuwsgierigheid, creativiteit, spel, verbinding en eigen richting verdwijnen naar de achtergrond.

Het systeem gebruikt zijn kracht dan niet langer vooral om te groeien, maar om schade, chaos of uitval te voorkomen.

Dat kan er aan de buitenkant indrukwekkend uitzien. Vanbinnen wordt het leven steeds smaller.

Aanpassing kan eruitzien als succes

Veel hoogbegaafde mensen leren vroeg wat de omgeving van hen verwacht. Zij merken welk gedrag wordt beloond, welke vragen irritatie oproepen en hoeveel van hun tempo, intensiteit en zelfstandigheid wordt verdragen.

Zij leren wachten, vereenvoudigen, meebewegen en hun reacties beheersen. Zij leveren wat wordt gevraagd, ook wanneer het nauwelijks aansluit bij hun manier van denken en ontwikkelen.

Die aanpassing kan uitstekende prestaties opleveren.

Een leerling maakt foutloos werk dat geen werkelijke uitdaging biedt. Een werknemer voert taken zorgvuldig uit terwijl de inhoud al lang geen betekenis meer heeft. Een volwassene blijft vriendelijk en verantwoordelijk in relaties waarin weinig wederkerigheid bestaat.

De omgeving ziet betrouwbaarheid, discipline en sociale vaardigheid. Zij ziet niet hoeveel zelfcorrectie nodig is.

Hoe beter iemand zich aanpast, hoe kleiner de kans dat de omgeving beseft dat er iets niet klopt.

Succes kan daardoor samengaan met een steeds grotere afstand tot de eigen behoeften, waarden en ontwikkelingsrichting.

Onderpresteren en overpresteren hebben soms dezelfde oorsprong

Onderpresteren en overpresteren worden meestal als tegenpolen beschouwd. De ene persoon laat te weinig zien, de andere juist uitzonderlijk veel.

Toch kunnen beide ontstaan uit misafstemming.

Bij onderpresteren trekt iemand zich terug uit een omgeving die niet meer uitnodigt tot betrokkenheid. Inspanning verliest betekenis, nieuwsgierigheid verdwijnt en prestaties zakken.

Bij overpresteren probeert iemand juist via maximale inzet controle, erkenning of veiligheid te behouden. Fouten worden vermeden, verwachtingen worden voortdurend overtroffen en het systeem blijft actief om afwijzing, kritiek of verlies van grip te voorkomen.

In beide gevallen staat de prestatie niet meer vrij ten dienste van ontwikkeling.

Bij de een wordt het vermogen minder zichtbaar. Bij de ander wordt het vermogen voortdurend ingezet zonder voldoende begrenzing.

Daarom zegt het niveau van de prestatie op zichzelf weinig. Zowel lage als hoge prestaties kunnen wijzen op een omgeving waarin iemand onvoldoende vrij kan leren, proberen, herstellen en eigen keuzes maken.

Cijfers vertellen niet hoe een kind zich ontwikkelt

In het onderwijs krijgen cijfers en toetsresultaten gemakkelijk te veel betekenis. Zij lijken objectief en vergelijkbaar. Maar zij meten slechts een beperkt deel van wat een kind in een bepaalde situatie laat zien.

Een hoogbegaafd kind kan hoge cijfers halen zonder te leren omgaan met inspanning, onzekerheid of fouten. Het begrijpt de stof snel en doorloopt het onderwijs op bestaande mogelijkheden. De uitkomst is goed, maar de ontwikkeling blijft smal.

Een ander kind kan minder goed presteren omdat het al lang niet meer verwacht dat school iets betekenisvols biedt. Het maakt slordige fouten, begint niet of weigert werk dat het inhoudelijk gemakkelijk aankan.

Weer een ander kind levert uitstekende prestaties, maar doet dat vanuit angst, controle en de overtuiging dat waardering afhankelijk is van foutloos functioneren.

Hetzelfde resultaat kan dus uit heel verschillende processen ontstaan.

De vraag moet niet alleen zijn welk cijfer een kind behaalt. Belangrijker is of het kind nog nieuwsgierig is, passende inspanning leert leveren, fouten kan verdragen, zich verbonden voelt en na school voldoende kan herstellen.

Onderwijs ondersteunt ontwikkeling niet wanneer het alleen goede resultaten produceert. Het moet ook bijdragen aan vertrouwen, autonomie, leerervaring en herstelbaarheid.

Werkresultaten zeggen weinig over duurzame inzetbaarheid

Ook in organisaties worden prestaties vaak beoordeeld zonder aandacht voor hun verborgen kosten.

Hoogbegaafde werknemers kunnen grote hoeveelheden werk verzetten, snel complexe dossiers doorgronden en problemen oplossen voordat anderen ze volledig hebben herkend. Zij krijgen daardoor vaak meer verantwoordelijkheid.

Wat goed gaat, wordt herhaald en uitgebreid.

De werknemer die een crisis oplost, wordt bij de volgende crisis opnieuw ingezet. Degene die gaten in een systeem dichtloopt, krijgt steeds meer gaten toegewezen. Wie zelfstandig functioneert, ontvangt minder begeleiding en minder bescherming.

Zo wordt capaciteit beloond met extra belasting.

Zolang de resultaten goed blijven, lijkt dit succesvol. Maar de werkwijze kan alleen bestaan doordat iemand voortdurend op hoge activatie functioneert, fouten van anderen opvangt en herstel uitstelt.

Duurzame inzetbaarheid betekent niet dat iemand een taak technisch kan uitvoeren. Het betekent dat dit kan zonder dat gezondheid, relaties, creativiteit en leven buiten het werk stelselmatig verdwijnen.

Een organisatie die alleen output meet, ziet pas laat dat zij haar meest capabele mensen aan het uitputten is.

Prestaties kunnen een identiteit worden

Wie lange tijd wordt gewaardeerd om wat diegene kan, oplost of draagt, kan prestaties gaan gebruiken als bewijs van bestaansrecht.

Waardering komt dan vooral wanneer iets wordt bereikt. Fouten, vertraging of hulp nodig hebben voelen niet alleen ongemakkelijk, maar bedreigen het beeld van wie iemand is.

De persoon is niet eenvoudig iemand die goed presteert. De persoon wordt degene die altijd functioneert, sterk blijft en geen problemen veroorzaakt.

Dat maakt begrenzing moeilijk. Minder doen voelt als tekortschieten. Een verantwoordelijkheid teruggeven voelt als anderen laten vallen. Rust nemen voelt onverdiend zolang er nog iets opgelost kan worden.

Deze identiteit kan lang kracht geven. Zij maakt betrouwbaarheid en grote inzet mogelijk. Maar zij maakt ook kwetsbaar.

Wanneer uitputting of ziekte het presteren onderbreekt, ontstaat niet alleen praktisch verlies. Ook de eigenwaarde kan instorten. Wie ben ik wanneer ik niet langer degene ben die alles kan?

Daarom is het belangrijk dat hoogbegaafde mensen niet uitsluitend worden gezien en gewaardeerd om hun mogelijkheden en resultaten. Een mens is meer dan de functie die door die prestaties wordt vervuld.

Complimenten kunnen de belasting onbedoeld vergroten

Waardering is belangrijk. Maar complimenten kunnen een schadelijk patroon versterken wanneer zij alleen gericht zijn op prestaties, zelfstandigheid en draagkracht.

Uitspraken als jij redt je altijd, jij kunt dit als geen ander of op jou kunnen we tenminste rekenen klinken positief. Tegelijk kunnen zij de verwachting bevestigen dat iemand altijd beschikbaar, sterk en oplossingsgericht moet blijven.

De mogelijkheid om grenzen aan te geven wordt daardoor kleiner. Wie altijd als sterk wordt gezien, krijgt weinig ruimte om te zeggen dat iets te veel is. Wie als uitzonderlijk zelfstandig geldt, ontvangt minder snel steun.

De persoon kan zich gewaardeerd voelen en tegelijk steeds minder gezien.

Werkelijke erkenning richt zich daarom niet alleen op wat iemand bereikt. Zij heeft ook aandacht voor de inspanning, de omstandigheden, de belasting en de persoon achter het resultaat.

Een goede reactie op een indrukwekkende prestatie is niet alleen: Wat heb je dit goed gedaan. Zij bevat ook de vraag: Wat heeft dit van je gevraagd en was dat nog passend?

Het lichaam betaalt mee aan zichtbaar succes

Prestaties worden vaak behandeld alsof zij uitsluitend uit denken en inzet voortkomen. Maar het lichaam levert voortdurend mee.

Concentratie, alertheid, sociale afstemming en controle vragen lichamelijke energie. Wanneer spanning na een taak onvoldoende daalt, blijft het systeem geactiveerd. Slaap wordt minder herstellend, spieren blijven gespannen en nieuwe prikkels komen harder binnen.

Hoogbegaafde mensen kunnen lichamelijke signalen lang naar de achtergrond drukken. De taak is belangrijk, de oplossing is zichtbaar en er bestaat nog voldoende wilskracht om verder te gaan.

Het lichaam lijkt mee te werken, totdat het dat niet langer doet.

Uitputting, slaapproblemen, hoofdpijn, lichamelijke onrust, hartkloppingen, buikklachten en concentratieverlies ontstaan niet pas op het moment dat zij zichtbaar worden. Zij zijn vaak het resultaat van een veel langer proces waarin het lichaam steeds opnieuw minder belangrijk werd gemaakt dan het te leveren resultaat.

Het lichaam onderbreekt de prestatie dan niet zonder reden. Het maakt zichtbaar dat de organisatie van het functioneren niet langer houdbaar is.

Instorten is een laat signaal

Een zichtbare instorting wordt vaak beschouwd als het moment waarop de overbelasting begon. In werkelijkheid is zij meestal het moment waarop compensatie niet langer mogelijk is.

Daarvoor heeft het systeem vaak al lange tijd signalen gegeven. Herstel duurde langer. Plezier verdween. Kleine veranderingen werden moeilijker. Contacten kostten meer. Alleen met veel voorbereiding en controle konden prestaties op niveau blijven.

Omdat de uitkomsten nog goed waren, werden deze signalen niet als ernstig beschouwd.

Dat is een fundamentele fout.

Zichtbare uitval is geen goede maat voor ontwikkelingsbelasting. Iemand hoeft niet eerst te stoppen met functioneren voordat duidelijk mag worden dat de omstandigheden te veel vragen.

Juist bij hoogbegaafde mensen moet eerder worden gekeken naar de prijs van het functioneren. Hun mogelijkheden maken het mogelijk om een onhoudbare situatie langer vol te houden dan van buitenaf verstandig lijkt.

De instorting bewijst niet dat iemand plotseling zwak is geworden. Zij bewijst dat het systeem te lang zonder voldoende herstel heeft moeten doorgaan.

Prestatiedaling is niet altijd het probleem

Wanneer prestaties afnemen, probeert de omgeving vaak zo snel mogelijk het oude niveau te herstellen. Een kind moet weer aan het werk, een werknemer moet re-integreren en een volwassene moet opnieuw grip krijgen op taken en planning.

Daarmee kan het zichtbare resultaat worden verbeterd zonder de onderliggende oorzaak te veranderen.

Een prestatiedaling kan juist een beschermende reactie zijn. Het systeem weigert nog langer dezelfde hoeveelheid energie te investeren in een situatie die onvoldoende veilig, betekenisvol of herstelbaar is.

Dat betekent niet dat iedere afname van prestaties gezond of wenselijk is. Wel moet worden onderzocht wat de daling zichtbaar maakt.

Misschien is de taak niet te moeilijk, maar al te lang betekenisloos. Misschien ontbreekt niet de motivatie, maar het vertrouwen dat inspanning iets oplevert. Misschien is niet het vermogen afgenomen, maar de energie die beschikbaar is voor nog meer aanpassing.

De vraag moet daarom niet alleen zijn hoe de prestatie terugkomt. Eerst moet duidelijk worden waarom zij niet langer op dezelfde manier geleverd kan worden.

Herstel is meer dan opnieuw kunnen presteren

Herstel wordt gemakkelijk gelijkgesteld aan het hervatten van taken. Wanneer iemand weer werkt, leert of sociale afspraken nakomt, lijkt het probleem opgelost.

Maar opnieuw presteren is niet hetzelfde als werkelijk herstellen.

Iemand kan met discipline en wilskracht relatief snel weer output leveren, terwijl het lichaam alert blijft en de herstelruimte nog klein is. De oude compensatie wordt dan opnieuw geactiveerd voordat het systeem voldoende is hersteld.

Werkelijk herstel is zichtbaar in meer dan prestaties. Er ontstaat weer flexibiliteit. Onverwachte gebeurtenissen kunnen worden opgevangen. Nieuwsgierigheid komt terug. Contact kost minder energie. Er blijft na inspanning nog ruimte over voor iets wat niet noodzakelijk is.

Herstel betekent daarom niet terugkeren naar maximale productie. Het betekent dat inspanning weer kan worden afgewisseld met ontspanning, verbinding en vrije ontwikkelingsruimte.

Een systeem is niet hersteld wanneer het alleen opnieuw kan leveren. Het is hersteld wanneer het na het leveren ook weer kan terugkeren.

Niet alles wat mogelijk is, hoeft voortdurend te worden benut

Hoogbegaafde mensen worden vaak aangemoedigd hun mogelijkheden volledig te benutten. Dat klinkt positief, maar kan een voortdurende prestatiedruk creëren.

Niet ieder vermogen hoeft altijd actief te zijn. Niet ieder probleem dat kan worden opgelost, hoeft door dezelfde persoon te worden opgelost. Niet iedere mogelijkheid hoeft in een zichtbaar resultaat te worden omgezet.

Ontwikkeling betekent niet permanent op maximale capaciteit functioneren.

Mogelijkheden hebben ook ruimte nodig om te rijpen, te verschuiven en soms ongebruikt te blijven. Spel, rust, nieuwsgierigheid en experiment leveren niet altijd direct meetbare prestaties op, maar zijn wel noodzakelijk voor duurzame ontwikkeling.

Wanneer ieder vermogen onmiddellijk productief moet worden gemaakt, wordt talent een verplichting.

Dan is er weinig ruimte om te proberen, te twijfelen, van richting te veranderen of eenvoudig iets te doen zonder dat het ergens toe hoeft te leiden.

De waarde van een hoogbegaafd mens ligt niet in het maximale rendement van diens mogelijkheden.

Rouw om een leven dat vooral op functioneren was gericht

Wanneer zichtbaar wordt hoeveel van het leven rond prestaties en volhouden is georganiseerd, kan rouw ontstaan.

Iemand kan beseffen jarenlang vooral gewaardeerd te zijn om bruikbaarheid, kennis, zorg of probleemoplossend vermogen. Er was erkenning voor de resultaten, maar weinig aandacht voor wat deze resultaten kostten of voor wie de persoon buiten die functie was.

Ook kan zichtbaar worden hoeveel ontwikkeling naar de achtergrond verdween. Welke interesses kregen geen ruimte omdat verplichtingen voorgingen? Welke grenzen werden niet gevoeld omdat anderen rekenden op voortdurende inzet? Welke relaties bleven bestaan doordat één persoon bleef dragen?

Die terugblik kan verdriet en boosheid oproepen. Niet omdat alle prestaties waardeloos waren, maar omdat zij soms zijn bereikt ten koste van lichamelijke veiligheid, wederkerigheid en eigen richting.

Deze rouw hoeft niet onmiddellijk positief te worden gemaakt. Eerst moet worden erkend wat de prijs was.

Daarna kan opnieuw worden onderzocht welke mogelijkheden werkelijk bij de persoon horen en welke prestaties vooral nodig waren om erkenning, veiligheid of verbondenheid te behouden.

Andere vragen geven een eerlijker beeld

Een zorgvuldige beoordeling van functioneren kijkt verder dan resultaten.

Niet alleen de vraag Lukt het? is belangrijk. Ook moet worden onderzocht hoeveel inspanning nodig is, wat er na afloop overblijft en of het functioneren ruimte laat voor herstel en verdere ontwikkeling.

Een prestatie is pas duurzaam wanneer zij niet voortdurend ten koste gaat van lichamelijke signalen, relaties, nieuwsgierigheid en flexibiliteit.

Daarom zijn vragen nodig als: kost hetzelfde resultaat steeds meer energie? Is steeds meer controle nodig? Blijft er na inspanning nog ruimte over? Kan iemand fouten maken zonder ontregeling? Zijn er activiteiten die niet in het teken van moeten staan? Wordt verantwoordelijkheid gedeeld? Is er nog werkelijke keuze?

Deze vragen maken zichtbaar wat cijfers, beoordelingen en output niet laten zien.

Zij verschuiven de aandacht van maximale prestatie naar duurzame ontwikkeling.

Wat helpt

Het helpt om prestaties niet langer als enige bewijs van welzijn of vermogen te gebruiken. Zowel hoge als lage resultaten moeten worden begrepen binnen het hele ontwikkelingsproces.

Bij kinderen betekent dit dat school en ouders niet alleen kijken naar cijfers, maar ook naar nieuwsgierigheid, inspanning, lichamelijke signalen, gedrag na school en de mogelijkheid om fouten te maken en te herstellen.

Op het werk betekent het dat niet alleen output en verantwoordelijkheid worden beoordeeld, maar ook de hoeveelheid compensatie, de verdeling van taken, de kwaliteit van samenwerking en de ruimte die na inspanning overblijft.

Voor hoogbegaafde volwassenen betekent het dat de vraag kan ik dit? niet langer automatisch beslissend is. Ook de vragen past dit bij mij, wat kost het, wil ik deze prijs betalen en kan ik hiervan herstellen? moeten gewicht krijgen.

Goede begeleiding richt zich niet uitsluitend op het herstellen van prestaties. Zij onderzoekt hoe het functioneren tot stand kwam, welke aanpassingen nodig waren en welke omstandigheden moeten veranderen om herhaling te voorkomen.

Het doel is niet dat iemand opnieuw zo veel mogelijk kan. Het doel is dat mogelijkheden vrij en duurzaam beschikbaar worden, zonder dat het hele leven rond volhouden hoeft te worden georganiseerd.

De kern

Prestaties laten zien wat iemand heeft bereikt. Zij laten niet zien hoeveel innerlijk werk nodig was, hoeveel spanning werd vastgehouden en hoeveel delen van het leven moesten wijken om het resultaat mogelijk te maken.

Bij hoogbegaafde mensen kunnen hoge prestaties langdurige misafstemming, compensatie en overbelasting verbergen. Hun mogelijkheden maken het mogelijk om lang te blijven functioneren, maar beschermen niet tegen uitputting.

Een laag resultaat bewijst geen laag vermogen. Een hoog resultaat bewijst geen welzijn. Geen van beide kan zonder context worden begrepen.

De centrale vraag is daarom niet alleen wat iemand kan of presteert. De wezenlijke vraag is hoe dat functioneren tot stand komt, wat het vanbinnen kost en of er voldoende ruimte overblijft om te herstellen, te kiezen en zich verder te ontwikkelen.

Hoogbegaafde mensen hoeven hun mogelijkheden niet voortdurend te bewijzen. Presteren is waardevol wanneer het voortkomt uit betrokkenheid, vrijheid en passende uitdaging. Het wordt schadelijk wanneer het de enige manier wordt om erkenning te krijgen, veiligheid te behouden of een niet-passende omgeving overeind te houden.

Een mens ontwikkelt niet duurzaam door altijd te laten zien wat mogelijk is. Duurzame ontwikkeling ontstaat wanneer mogelijkheden kunnen worden gebruikt zonder dat de persoon erachter steeds verder uit beeld verdwijnt.