Hoogbegaafdheid bij jongeren
Hoogbegaafdheid wordt bij jongeren vaak vooral zichtbaar gemaakt in wat zij cognitief kunnen. Zij begrijpen snel, leggen gemakkelijk verbanden, beschikken over veel kennis of stellen vragen die verder gaan dan op grond van hun leeftijd wordt verwacht. Maar hoogbegaafdheid beïnvloedt meer dan het leren alleen. Zij werkt ook door in de manier waarop een jongere waarneemt, voelt, betekenis geeft, relaties aangaat, keuzes maakt en zichzelf probeert te begrijpen.
Juist in de adolescentie kan dat ingewikkeld worden. Jongeren zijn bezig losser te komen van hun ouders, aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten en een eigen identiteit op te bouwen. Tegelijkertijd worden verwachtingen rond school, studie, prestaties en toekomst steeds groter. Voor hoogbegaafde jongeren kunnen deze ontwikkelingstaken extra spanning oproepen, omdat zij veel overzien, diep nadenken en niet vanzelf aansluiting vinden bij het tempo, de interesses of vanzelfsprekendheden van hun omgeving.
Sommige jongeren vallen op door hun kennis, zelfstandigheid of uitgesproken ideeën. Andere jongeren houden zich juist in, passen zich aan of laten nauwelijks meer zien wat zij kunnen. Hoogbegaafdheid bij jongeren is daarom niet herkenbaar aan één vast profiel. Wat zichtbaar wordt, hangt mede af van eerdere ervaringen, de omgeving, de ruimte voor eigenheid en de belasting die zich in de loop van de ontwikkeling heeft opgebouwd.
De adolescentie is meer dan een overgangsfase
De adolescentie wordt vaak beschreven als een periode van lichamelijke, emotionele en sociale verandering. Jongeren zoeken meer zelfstandigheid, ontwikkelen een eigen waardensysteem en gaan kritischer kijken naar ouders, school en samenleving.
Voor hoogbegaafde jongeren kan deze ontwikkeling vroeg, intens of op meerdere niveaus tegelijk plaatsvinden. Zij kunnen al jong nadenken over identiteit, rechtvaardigheid, toekomst, verantwoordelijkheid en de betekenis van het leven. Vragen die door hun omgeving nog als ver weg of te zwaar worden beschouwd, kunnen voor hen al uiterst werkelijk zijn.
Dat betekent niet dat zij in alle opzichten ouder of rijper zijn. Een jongere kan ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken begrijpen en tegelijkertijd veel ondersteuning nodig hebben bij spanning, teleurstelling, planning of sociale onzekerheid. Cognitieve diepgang en emotionele zelfregulatie ontwikkelen zich niet automatisch in hetzelfde tempo.
De adolescentie vraagt daarom om volwassenen die de denkkracht van de jongere serieus nemen zonder te veronderstellen dat hij alles al zelfstandig kan dragen.
Veel begrijpen betekent niet alles kunnen overzien
Hoogbegaafde jongeren kunnen snel analyseren wat er gebeurt. Zij zien patronen in relaties, herkennen tegenstrijdigheden en denken vooruit over mogelijke gevolgen. Daardoor kunnen zij volwassen en zelfstandig overkomen.
Toch bestaat er een verschil tussen iets begrijpen en het ook emotioneel, lichamelijk en praktisch kunnen hanteren. Een jongere kan precies uitleggen waarom een situatie hem onder druk zet, maar nog niet weten hoe hij die druk moet verminderen. Hij kan doorzien dat perfectionisme hem beperkt en toch niet in staat zijn een opdracht los te laten. Hij kan beseffen dat hij zich voortdurend aanpast, terwijl hij nog geen alternatief heeft waarmee hij verbondenheid kan behouden.
De omgeving kan door het hoge begripsniveau te veel verantwoordelijkheid bij de jongere leggen. Omdat hij goed kan redeneren, wordt verwacht dat hij zichzelf kan motiveren, grenzen kan bewaken en verstandige keuzes kan maken. Wanneer dat niet lukt, ontstaat gemakkelijk de conclusie dat hij onwillig, gemakzuchtig of inconsequent is.
Maar inzicht is nog geen ontwikkelde vaardigheid. Ook een jongere die veel begrijpt, heeft begeleiding, begrenzing, oefening en herstelruimte nodig.
Jezelf herkennen is niet vanzelfsprekend
Sommige jongeren weten al vroeg dat zij hoogbegaafd zijn. Zij hebben onderzoek gehad, volgen aangepast onderwijs of groeien op in een omgeving waarin hun manier van denken wordt herkend. Voor andere jongeren komt de herkenning pas nadat zij zijn vastgelopen.
Zij hebben misschien jarenlang gedacht dat zij te gevoelig, te ingewikkeld, lui, ongemotiveerd of sociaal anders waren. Wanneer zij zichzelf in beschrijvingen van hoogbegaafdheid herkennen, kan dat opluchting geven. Er ontstaat taal voor ervaringen die eerder los en onbegrijpelijk leken.
Tegelijkertijd kan het begrip hoogbegaafdheid nieuwe vragen oproepen. Waarom heb ik dan niet altijd hoge cijfers? Waarom lukt het mij niet om gewoon te beginnen? Waarom voel ik mij zo onzeker wanneer ik volgens anderen zoveel kan? Waarom raak ik uitgeput van situaties die voor anderen normaal lijken?
Hoogbegaafdheid herkennen betekent daarom niet dat alle moeilijkheden ineens zijn verklaard. Het biedt een nieuw perspectief van waaruit de eigen ontwikkeling verder kan worden onderzocht. De jongere moet ontdekken hoe hoogbegaafdheid bij hem of haar persoonlijk doorwerkt, welke ervaringen de ontwikkeling hebben gevormd en welke behoeften lange tijd onvoldoende zijn herkend.
Anders denken kan afstand geven
Veel hoogbegaafde jongeren merken dat gesprekken, interesses en sociale verwachtingen niet altijd vanzelf aansluiten. Zij kunnen behoefte hebben aan diepgang, nuance of inhoudelijke uitwisseling, terwijl leeftijdgenoten vooral bezig zijn met andere onderwerpen of vormen van contact.
Dat betekent niet dat hoogbegaafde jongeren geen behoefte hebben aan gewone gezelligheid, humor of erbij horen. Juist de behoefte aan verbinding kan sterk zijn. Maar zij kunnen zich eenzaam voelen wanneer zij wel deelnemen aan de groep, maar weinig van zichzelf kunnen laten zien.
Sommige jongeren proberen dat verschil te overbruggen door hun taalgebruik aan te passen, vragen in te houden of belangstelling te tonen voor onderwerpen die hen weinig zeggen. Zij leren snel welke kanten van zichzelf worden gewaardeerd en welke beter verborgen kunnen blijven.
Aan de buitenkant kan dit sociaal succesvol lijken. De jongere heeft vrienden, doet mee en veroorzaakt weinig problemen. Vanbinnen kan echter het gevoel groeien dat werkelijke aansluiting alleen mogelijk is wanneer hij zichzelf verkleint of verandert.
Erbij horen en jezelf kunnen blijven zijn, zijn niet altijd hetzelfde.
Aanpassen kan een noodzakelijke strategie worden
Aanpassen is niet per definitie ongezond. Iedereen stemt zich af op verschillende mensen en situaties. Voor hoogbegaafde jongeren kan aanpassen echter een structurele strategie worden om afwijzing, onbegrip of uitsluiting te voorkomen.
De jongere leert minder vragen te stellen, eenvoudiger te spreken of zijn enthousiasme te temperen. Hij doet alsof hij iets nog niet begrijpt, wacht voordat hij antwoord geeft of verbergt hoeveel tijd hij aan een onderwerp besteedt. Ook gevoelens en morele zorgen kunnen worden ingehouden wanneer de omgeving daarop reageert alsof zij overdreven zijn.
Deze aanpassing kan lange tijd helpen. De jongere blijft onderdeel van de groep en voorkomt conflicten. Maar wanneer steeds meer delen van zichzelf buiten beeld moeten blijven, kan vervreemding ontstaan. De jongere weet dan steeds minder goed wat hij zelf denkt, voelt of nodig heeft.
Hij kan afhankelijk worden van de verwachtingen van anderen en voortdurend proberen te voorspellen welk gedrag veilig of gewenst is. Dat kost veel energie en maakt het moeilijk om een eigen identiteit te ontwikkelen.
Zelfstandig worden betekent voor deze jongeren daarom niet alleen loskomen van ouders. Het betekent ook leren onderscheiden wat werkelijk van henzelf is en wat zij hebben ontwikkeld om zich aan hun omgeving aan te passen.
Identiteit ontstaat niet alleen uit mogelijkheden
Hoogbegaafde jongeren krijgen vaak boodschappen over hun mogelijkheden. Zij horen dat zij slim zijn, veel kunnen of een bijzondere toekomst voor zich hebben. Dat kan positief zijn, maar het kan ook druk geven.
Wanneer een jongere sterk wordt geïdentificeerd met intelligentie of prestaties, kan het gevoel ontstaan dat hij moet bewijzen dat het beeld klopt. Fouten, twijfel en gewone middelmatigheid worden dan bedreigend. Niet slagen voor een toets is niet alleen een teleurstelling, maar kan voelen als bewijs dat hij toch niet is wie anderen dachten dat hij was.
Sommige jongeren gaan daarom steeds harder werken. Andere jongeren vermijden taken waarin zij werkelijk uitgedaagd zouden kunnen worden. Zolang zij zich niet volledig inzetten, kunnen zij blijven denken dat een tegenvallend resultaat niets zegt over hun mogelijkheden.
Een gezonde identiteit kan niet uitsluitend worden opgebouwd rond talent of prestaties. Jongeren moeten ook ruimte krijgen om zoekend, onzeker, speels, afhankelijk en onervaren te zijn. Zij zijn niet alleen wat zij kunnen produceren.
Hoogbegaafdheid is een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling, maar niet de volledige identiteit van de jongere.
School kan tegelijkertijd te gemakkelijk en te zwaar zijn
Een hoogbegaafde jongere kan op school onvoldoende worden uitgedaagd en toch overbelast raken. Dat lijkt tegenstrijdig, maar beide kunnen tegelijkertijd bestaan.
Lessen kunnen cognitief te eenvoudig, te traag of te herhalend zijn. De jongere hoeft weinig nieuwe leerstrategieën te ontwikkelen en raakt vervreemd van het leren. Tegelijkertijd kan school veel energie kosten door voortdurend wachten, aanpassen, prikkels verwerken, sociale situaties volgen en werk uitvoeren waarvan de betekenis niet wordt ervaren.
Wanneer de jongere vervolgens minder produceert, te laat komt, lessen overslaat of niet meer kan beginnen, wordt soms vooral gedacht aan motivatie. De vraag wordt dan hoe hij weer aan het werk kan worden gezet.
Maar de kern kan liggen in een langdurig verlies van verbinding met het leren. De jongere heeft niet alleen te weinig gedaan, maar mogelijk jarenlang te weinig werkelijke ontwikkeling ervaren. Hij heeft onvoldoende geleerd hoe inspanning voelt wanneer een taak echt moeilijk is, hoe hij fouten kan verdragen en hoe hij hulp kan vragen wanneer begrip niet onmiddellijk ontstaat.
Meer druk of meer taken herstellen die ontwikkeling niet vanzelf. Eerst moet worden onderzocht wat school inhoudelijk, sociaal en lichamelijk van de jongere vraagt en waar de aansluiting verloren is gegaan.
Goede resultaten kunnen verborgen belasting verhullen
Niet alle vastlopende jongeren behalen lage cijfers. Sommigen blijven juist uitstekend presteren. Zij leveren hun werk in, halen hoge resultaten en voldoen aan de verwachtingen van school en ouders.
Dat functioneren kan echter worden gedragen door sterke controle, perfectionisme en angst om tekort te schieten. De jongere besteedt veel meer tijd aan taken dan zichtbaar is, controleert alles herhaaldelijk en kan moeilijk stoppen wanneer iets voldoende is.
Omdat de resultaten goed blijven, wordt de belasting gemakkelijk gemist. De jongere krijgt complimenten voor discipline, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Daarmee wordt onbedoeld bevestigd dat hij moet doorgaan op een manier die steeds meer energie kost.
Signalen kunnen pas thuis zichtbaar worden: uitputting, hoofdpijn, slaapproblemen, prikkelbaarheid, paniek rond toetsen of geen ruimte meer hebben voor sociale activiteiten en ontspanning.
Goed presteren is daarom geen betrouwbare maat voor welzijn. Belangrijk is ook hoe de resultaten tot stand komen en of de jongere na inspanning nog kan herstellen.
Wanneer motivatie verdwijnt
Hoogbegaafde jongeren kunnen intens gemotiveerd zijn voor onderwerpen die hen werkelijk raken. Zij verdiepen zich zelfstandig, leggen complexe verbanden en kunnen lang doorgaan wanneer zij betekenis en uitdaging ervaren.
Diezelfde jongere kan bij schooltaken nauwelijks in beweging komen. Dat wordt soms gezien als selectieve inzet: hij kan het wel wanneer hij zelf wil, dus moet hij zich bij andere taken gewoon meer inspannen.
Maar motivatie ontstaat niet uitsluitend uit wilskracht. Zij hangt samen met betekenis, autonomie, haalbaarheid, vertrouwen en eerdere ervaringen. Wanneer een jongere jarenlang weinig echte uitdaging heeft ervaren of herhaaldelijk is vastgelopen bij taken waarop hij werd beoordeeld, kan zijn bereidheid om opnieuw te investeren sterk afnemen.
Ook kan uitstelgedrag samenhangen met perfectionisme. De jongere begint niet omdat hij de opdracht meteen op een hoog niveau wil uitvoeren, alle mogelijkheden overziet of bang is dat het resultaat niet voldoet aan zijn eigen norm.
Het is daarom nodig onderscheid te maken tussen niet willen, niet meer kunnen, niet weten hoe te beginnen en zichzelf niet toestaan iets onvolmaakt te doen. Aan de buitenkant kunnen deze vormen op elkaar lijken, maar zij vragen een andere benadering.
Intensiteit is meer dan heftig gedrag
Hoogbegaafde jongeren kunnen situaties intens ervaren. Zij reageren sterk op onrecht, oneerlijkheid, verlies, conflicten, verwachtingen of gebeurtenissen in de wereld. Zij kunnen lang nadenken over een opmerking of vooruitlopen op gevolgen die anderen nog niet zien.
Die intensiteit wordt soms als overgevoeligheid of dramatiek beschouwd. De jongere krijgt te horen dat hij dingen moet loslaten, minder moeilijk moet doen of niet overal zo diep over moet nadenken.
Maar intensiteit is niet eenvoudig een keuze. Zij hangt samen met de hoeveelheid informatie die iemand waarneemt, de verbanden die hij legt en de betekenis die een ervaring krijgt. Een gebeurtenis staat voor de jongere vaak niet op zichzelf, maar wordt verbonden met eerdere ervaringen, morele vragen en mogelijke gevolgen.
Dat betekent niet dat iedere intense reactie gevolgd of bevestigd moet worden. Jongeren moeten leren gevoelens te reguleren, situaties te relativeren en onderscheid te maken tussen wat zij kunnen beïnvloeden en wat niet.
Dat leren wordt echter niet bevorderd door de ervaring te ontkennen. Eerst moet de jongere merken dat zijn waarneming en betekenisgeving serieus worden genomen. Pas daarna ontstaat ruimte om samen te onderzoeken wat helpt.
Autonomie is meer dan alles zelf mogen bepalen
Veel hoogbegaafde jongeren hebben een sterke behoefte aan autonomie. Zij willen begrijpen waarom regels bestaan, invloed hebben op keuzes en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun eigen ontwikkeling.
Die behoefte wordt soms geïnterpreteerd als moeite met gezag. Een jongere die vragen stelt bij regels of opdrachten kan overkomen alsof hij alleen wil meewerken wanneer alles op zijn voorwaarden gebeurt.
Maar autonomie betekent niet dat alle grenzen verdwijnen. Jongeren hebben volwassenen nodig die verantwoordelijkheid dragen, duidelijke kaders bieden en bereid zijn hun beslissingen uit te leggen.
Een grens wordt beter verdragen wanneer zij logisch, eerlijk en voorspelbaar is. Wanneer regels willekeurig lijken, volwassenen inconsequent handelen of vragen worden afgedaan als discussie, kan de jongere het vertrouwen verliezen.
Werkelijke autonomie groeit binnen verbondenheid en begrenzing. De jongere krijgt invloed waar dat mogelijk is, maar hoeft niet alles alleen te beslissen of te dragen. Volwassenen blijven beschikbaar, ook wanneer de jongere zich zelfstandig presenteert.
Relaties kunnen diep raken
Hoogbegaafde jongeren kunnen sterk investeren in vriendschappen en relaties. Zij zoeken niet alleen gezelschap, maar ook wederkerigheid, betrouwbaarheid en inhoudelijke of emotionele verbinding.
Wanneer een relatie oppervlakkig, wisselend of onduidelijk is, kan dat veel spanning oproepen. De jongere analyseert gesprekken, merkt subtiele veranderingen op en probeert te begrijpen wat een ander werkelijk bedoelt. Een afwijzing of breuk kan lang doorwerken.
Tegelijkertijd kan de jongere moeite hebben om te laten zien hoeveel een relatie voor hem betekent. Hij kan gevoelens rationaliseren, zich onafhankelijk voordoen of zich terugtrekken voordat een ander hem kan afwijzen.
Ook kan een sterke behoefte aan eerlijkheid botsen met de meer indirecte sociale communicatie van leeftijdgenoten. Wat de jongere als oprecht en duidelijk bedoelt, kan door anderen als hard of te intens worden ervaren.
Ondersteuning gaat daarom niet alleen over sociale vaardigheden. Het gaat ook over grenzen, wederkerigheid, vertrouwen, omgaan met verschil en leren herkennen welke relaties werkelijk ruimte bieden voor eigenheid.
Het lichaam doet mee in de ontwikkeling
Jongeren kunnen veel van hun ervaringen proberen op te lossen door na te denken. Zij analyseren wat er gebeurt, zoeken verklaringen en proberen met inzicht controle te krijgen.
Maar belasting bevindt zich niet alleen in gedachten. Zij wordt ook lichamelijk gedragen. Langdurige spanning kan zichtbaar worden in vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen, rusteloosheid, gespannen spieren of een voortdurend gevoel van aanstaan.
Sommige jongeren merken deze signalen pas laat op. Zij gaan door met school, sport, sociale verplichtingen en eigen projecten totdat hun lichaam hen dwingt te stoppen. Anderen ervaren lichamelijke klachten, maar begrijpen niet hoe sterk deze samenhangen met de inspanning die nodig is om zich voortdurend aan te passen of te blijven presteren.
Herstel vraagt daarom meer dan rationeel begrijpen wat er misgaat. De jongere moet opnieuw leren voelen wanneer spanning oploopt, wat helpt om terug te schakelen en welke grenzen niet pas achteraf zichtbaar moeten worden.
Rust, slaap, beweging, natuur, contact, creativiteit en tijd zonder prestatie kunnen onderdeel zijn van herstel. Wat herstellend werkt, verschilt per persoon. De kern is dat het systeem niet voortdurend beschikbaar hoeft te zijn voor nieuwe eisen.
Herstel is geen beloning na het werk
Veel jongeren leren dat ontspanning pas mag wanneer alles af is. Eerst moeten huiswerk, toetsen, sport, sociale afspraken en andere verplichtingen worden afgerond. Daarna zou er tijd zijn om te herstellen.
Voor jongeren met hoge eisen aan zichzelf komt dat moment vaak niet. Er is altijd nog iets dat beter kan, voorbereid moet worden of aandacht vraagt. Herstel wordt uitgesteld tot de belasting zo hoog is opgelopen dat er weinig keuze meer overblijft.
Herstel moet daarom niet worden gezien als een beloning voor voldoende productie. Het is een voorwaarde om te kunnen blijven leren, voelen, verbinden en kiezen.
Een jongere die tijdelijk minder aankan, heeft niet automatisch meer druk of een strakker programma nodig. Soms moet eerst de opgebouwde belasting dalen voordat vaardigheden, motivatie en verantwoordelijkheid opnieuw beschikbaar worden.
Dat betekent niet dat iedere eis wordt weggenomen. Het betekent dat verwachtingen worden afgestemd op de werkelijke draagkracht en dat herstel doelgericht onderdeel wordt van de ontwikkeling.
Gedrag kan gemakkelijk verkeerd worden gelezen
Wanneer jongeren onder druk komen te staan, kan dat op uiteenlopende manieren zichtbaar worden. Sommigen worden boos, discussiëren of weigeren. Anderen trekken zich terug, slapen veel, stellen alles uit of lijken nergens meer belangstelling voor te hebben. Weer anderen blijven functioneren, maar worden steeds gespannener en controlerender.
Gedrag wordt gemakkelijk los van de ontwikkeling geïnterpreteerd. Een jongere wordt lui, brutaal, ongemotiveerd, verwend of overgevoelig genoemd. De aandacht richt zich vervolgens op het corrigeren van het gedrag.
Maar gedrag kan ook een poging zijn om met spanning, verlies van autonomie, verveling, onzekerheid of uitputting om te gaan. Weigeren kan beschermen tegen opnieuw falen. Discussie kan voortkomen uit een behoefte aan logica of rechtvaardigheid. Terugtrekken kan nodig zijn om prikkels en verwachtingen te verminderen.
Dat betekent niet dat ieder gedrag aanvaardbaar is of dat grenzen verdwijnen. Het betekent dat verandering pas duurzaam wordt wanneer ook de functie van het gedrag wordt onderzocht.
De vraag is niet alleen wat de jongere moet stoppen, maar ook wat hij met dat gedrag probeert op te lossen.
Hoogbegaafdheid verklaart niet alles
Het is belangrijk hoogbegaafdheid mee te nemen in het begrijpen van jongeren. Tegelijkertijd mag niet iedere moeilijkheid automatisch aan hoogbegaafdheid worden toegeschreven.
Hoogbegaafde jongeren kunnen net als andere jongeren te maken krijgen met ADHD, autisme, dyslexie, angst, depressie, trauma, eetproblemen of andere psychische en lichamelijke problematiek. Hoogbegaafdheid sluit bijkomende problemen niet uit.
Andersom kan gedrag dat op een stoornis lijkt mede samenhangen met langdurige misafstemming, onderbelasting, overbelasting of beschermende aanpassing. Daarom is zorgvuldige beeldvorming nodig.
Een classificatie kan belangrijke informatie geven, maar vertelt niet vanzelf hoe het functioneren zich heeft ontwikkeld. Ook een vaststelling van hoogbegaafdheid verklaart niet waarom juist deze jongere op dit moment vastloopt.
Nodig is een breed beeld waarin cognitie, emoties, lichaam, relaties, school, levensloop, betekenisgeving, belasting en herstel met elkaar worden verbonden.
De rol van ouders verandert, maar verdwijnt niet
In de adolescentie willen jongeren meer zelfstandigheid. Zij willen niet voortdurend worden gecontroleerd of gecorrigeerd en kunnen sterk reageren wanneer ouders zich met school, vrienden of keuzes bemoeien.
Tegelijkertijd blijven ouders belangrijke dragers van veiligheid, begrenzing en herstel. De kunst is om betrokken te blijven zonder iedere stap over te nemen.
Dat vraagt een andere vorm van nabijheid. Minder direct sturen, meer samen onderzoeken. Minder onmiddellijk oplossen, meer beschikbaar blijven. De jongere krijgt ruimte om eigen keuzes te maken en daarvan te leren, maar hoeft niet alleen te blijven wanneer de gevolgen te groot worden.
Bij hoogbegaafde jongeren kan het gesprek snel inhoudelijk en gelijkwaardig lijken. Toch blijft er een verschil in verantwoordelijkheid. Ouders mogen begrenzen, zorgen uitspreken en hulp organiseren wanneer dat nodig is.
Respect voor de autonomie van de jongere betekent niet dat volwassenen zich terugtrekken. Het betekent dat zij de jongere serieus betrekken bij beslissingen en tegelijkertijd hun eigen verantwoordelijkheid blijven dragen.
Jezelf leren begrijpen zonder jezelf vast te zetten
Voor sommige jongeren geeft de herkenning van hoogbegaafdheid eindelijk samenhang. Zij begrijpen beter waarom zij zich anders hebben gevoeld, waarom bepaalde situaties zoveel energie kosten en waarom gewone verklaringen niet altijd passend waren.
Die herkenning moet echter geen nieuw keurslijf worden. Niet iedere ervaring hoeft vanuit hoogbegaafdheid te worden verklaard en niet iedere hoogbegaafde jongere denkt, voelt of handelt hetzelfde.
Zelfbegrip groeit wanneer de jongere taal krijgt voor zijn eigen ontwikkeling. Niet alleen voor sterke kanten, maar ook voor aanpassing, belasting, behoeften, grenzen en herstel.
Daarbij hoort de mogelijkheid om te veranderen. Een patroon dat ooit nodig was, hoeft niet de rest van het leven te bepalen. Een jongere die zich lang heeft aangepast, kan leren meer van zichzelf te laten zien. Een jongere die alleen veiligheid vond in prestaties, kan ontdekken dat zijn waarde niet van resultaten afhangt. Een jongere die zich heeft teruggetrokken, kan opnieuw voorzichtig verbinding aangaan.
Hoogbegaafdheid begrijpen gaat daarom niet over het vinden van een definitief profiel. Het gaat over het ontwikkelen van een steeds nauwkeuriger en beweeglijker beeld van jezelf.
Ruimte voor een eigen ontwikkelingsroute
Hoogbegaafde jongeren hoeven niet sneller volwassen te worden omdat zij veel begrijpen. Zij hebben het recht om te zoeken, fouten te maken, van richting te veranderen en nog niet te weten wat bij hen past.
Hun ontwikkeling verloopt niet altijd volgens de gebruikelijke route. Soms is versnelling passend, soms juist vertraging. De ene jongere heeft behoefte aan intellectuele uitdaging, de andere moet eerst herstellen voordat nieuwe uitdaging weer mogelijk wordt. Sommigen vinden vroeg een duidelijke richting, anderen hebben tijd nodig om verschillende mogelijkheden te onderzoeken.
De centrale vraag is niet of de jongere zijn potentieel maximaal benut. De vraag is of hij zich kan ontwikkelen zonder zichzelf voortdurend te moeten verlaten.
Dat vraagt om omgevingen waarin denkkracht wordt erkend, gevoelens niet worden gereduceerd, autonomie samengaat met ondersteuning en prestaties niet de enige maat voor ontwikkeling zijn.
Wanneer hoogbegaafde jongeren zichzelf beter leren begrijpen, ontstaat niet alleen inzicht in wat zij kunnen. Er ontstaat ook zicht op wat zij nodig hebben, wat hen uitput, waar zij zich aanpassen en welke relaties, werkzaamheden en omstandigheden werkelijk bij hen passen.
Daarmee wordt hoogbegaafdheid geen opdracht om bijzonder te presteren, maar een onderdeel van een eigen, volledige en duurzame ontwikkeling.